

Olie, ontstaan uit dinosaurussen of steen ?
Episode notes
Het hardnekkige idee dat aardolie ontstaat uit gecomprimeerde dinosaurussen is gegroeid uit een succesvolle reclamecampagne van Sinclair Oil in 1932. Volgens de wetenschappelijke consensus (de biogene theorie) is olie in werkelijkheid ontstaan uit gecomprimeerde, microscopisch kleine mariene organismen zoals fytoplankton en algen. Deze zonken miljoenen jaren geleden naar zuurstofarme zeebodems en veranderden onder hoge druk en temperatuur (100 tot 160 °C) via kerogeen in vloeibare koolwaterstoffen. In tegenstelling tot landplanten met een houten celstructuur die steenkool vormen, zorgen de vetten (lipiden) van zeewezens voor vloeibare olie.
De Abiogene Theorie Tegenover de biogene consensus staat de abiogene theorie, ontwikkeld door Russische en Oekraïense geologen (zoals Mendeleev en Kudryavtsev). Zij stellen dat aardolie een primordiaal materiaal is dat diep in de aardmantel ontstaat uit anorganische mineralen, zonder tussenkomst van biologisch leven.
Voorstanders onderbouwen dit met meerdere argumenten:
- Thermodynamica: Onderzoekers zoals J.F. Kenney stellen dat de druk in de ondiepe aardkorst te laag is om biologisch materiaal om te zetten in hoog-energetische koolwaterstoffen. Dit zou alleen diep in de aardmantel onder extreme druk kunnen gebeuren.
- Laboratoriumbewijs: Onderzoekers van het Zweedse KTH synthetiseerden koolwaterstoffen (zoals methaan, etaan en propaan) uit puur anorganische stoffen onder gesimuleerde mantelcondities (5 GPa druk en 1500 K temperatuur).
- Olie in graniet en hervulbare velden: Olie wordt soms gewonnen uit diep kristallijn keldergesteente zoals graniet (bijvoorbeeld het White Tiger-veld in Vietnam), waar geen fossielen voorkomen. Ook vertonen sommige uitgeputte olievelden (zoals Eugene Island en Romashkino) verschijnselen van herinvulling vanuit de diepte.
De Tegenargumenten van de Mainstream Wetenschap Hoewel abiogene vorming chemisch mogelijk is, blijft de mainstream wetenschap vasthouden aan een biogene oorsprong voor commerciële aardolie:
- Biomarkers: Ruwe olie bevat biologische sporen zoals porfyrines en cholesterol. (Thomas Gold verklaart dit via zijn Deep Hot Biosphere-theorie: opstijgende mantelolie zou geïnfecteerd worden door extreemofiele bacteriën).
- Koolstofisotopen: Biologisch leven gebruikt bij voorkeur het lichtere koolstof-12 boven koolstof-13. Geanalyseerde commerciële olie vertoont overduidelijk deze biologische koolstof-12-signatuur.
- Degradatie: Zware koolwaterstoffen uit de mantel zouden bij opstijging naar de oppervlakte door afnemende druk ontleden tot simpel methaangas.
Onderzoekers neigen de laatste jaren steeds meer naar een compromis, waarbij tektonische warmte en gassen uit de mantel de biologische kookprocessen in de ondergrond voeden en versnellen. Bovendien bewijzen vloeibare meren van methaan op de Saturnusmaan Titan dat koolwaterstoffen in het universum ook zonder leven kunnen ontstaan. Voor de klimaatimpact maakt het debat overigens niets uit: de CO₂-uitstoot bij verbranding blijft exact hetzelfde.